070 - 416 29 99
info@nuijtenaccountants.nl
Bereken uw route

Het voeren van een gebrekkige administratie leidt tot omkering bewijslast

Terug naar overzicht

Het voeren van een gebrekkige administratie leidt tot omkering bewijslast

Het voeren van een gebrekkige administratie leidt tot omkering bewijslast
Een VOF heeft gebrekkige administratie gevoerd. Daarom legt de inspecteur navorderings- en naheffingsaanslagen op naar geschatte bedragen. De bewijslast mocht volgens de Hoge Raad ook zonder informatiebeschikking worden omgekeerd en verzwaard, omdat de vereiste aangiften niet zijn gedaan...Informatie- en administratieplicht

Belastingplichtigen zijn op verzoek van de inspecteur verplicht om gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor hun belastingheffing. Ondernemers hebben daarnaast ook een administratieplicht. Uit die administratie moeten hun rechten en verplichtingen en overige gegevens ten behoeve van de belastingheffing blijken. Zo wordt de belastingdienst in staat gesteld om een juiste belastingaanslag op te leggen. Als de inspecteur van mening is dat de informatie- of administratieverplichting niet wordt nageleefd, kan hij een informatiebeschikking opleggen waarin hij aangeeft op welke punten de belastingplichtige tekort is geschoten en waarin een laatste termijn wordt gesteld om alsnog over de brug te komen. Voldoet de belastingplichtige niet aan dit verzoek en komt de informatiebeschikking onherroepelijk vast te staan, dan wordt de bewijslast in een procedure tegen de belastingaanslag in principe omgekeerd en verzwaard.

Als de administratie geen deugdelijke grondslag voor de winstberekening biedt, is de inspecteur genoodzaakt om de omzet en/of de winst te schatten. Vervolgens is het dan aan belastingplichtige om aannemelijk te maken dat die schatting incorrect is. Dit is in de praktijk vaak een lastige opgave. De schatting van de inspecteur moet echter wel redelijk zijn. Er wordt veel geprocedeerd over de administratieplicht. Duidelijk is nu dat de inspecteur die omkering en verzwaring van de bewijslast wil toepassen omdat de administratie gebreken vertoont, een informatiebeschikking moet nemen. Uit een recent arrest blijkt echter dat de inspecteur het ook over een andere boeg kan gooien.

Vereiste aangiften

Belanghebbende is firmant van een VOF. De administratie van de VOF is op gebrekkige wijze bijgehouden. De inspecteur heeft geen informatiebeschikking vastgesteld, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat niet de vereiste aangiften zijn gedaan. Daarvan is sprake als de verschuldigde belasting absoluut en verhoudingsgewijs aanzienlijk hoger uitkomt dan volgens de aangifte, en de belastingplichtige dit had moeten weten.

Op basis van een boekenonderzoek heeft de inspecteur de belastbare winst respectievelijk de omzet geschat voor aanslagen inkomstenbelasting en omzetbelasting van verscheidende jaren. Hierbij zijn de inkopen als uitgangspunt genomen en is vervolgens is een brutowinstpercentage van 100% gehanteerd. In geschil is of ook bij het ontbreken van een informatiebeschikking de bewijslast omgekeerd en verzwaard kan worden. Verder is de redelijkheid van de schatting in geding.

In navolging van Hof Amsterdam en de conclusie van A-G IJzerman, oordeelt de Hoge Raad dat uit de wet volgt dat de bewijslast ook kan worden omgekeerd en verzwaard als de inspecteur aannemelijk maakt dat een belastingplichtige niet aan de formele en materiele vereisten voor het doen van een aangifte heeft voldaan. In casu was de administratie zodanig gebrekkig dat deze geen grondslag voor een winst- en omzetberekening kon vormen. De Hoge Raad oordeelt dat deze omstandigheid voldoende is voor toepassing van de bewijssanctie. Dit betekent dat de inspecteur de omzet en winst gemotiveerd mocht schatten. De belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het geschatte brutowinstpercentage te hoog is. Het feit dat Hof Amsterdam vaststelde dat dit percentage ten minste 75% bedraagt, doet niet af aan het gegeven dat 100% ook een redelijke schatting is. Het cassatieberoep van de firmant is ongegrond.

 

Bron: Deloitte, 15 juli 2021 - obv. HR 9 juli 2021, 20/01460, ECLI:NL:HR:2021:1086.