070 - 416 29 99
info@nuijtenaccountants.nl
Bereken uw route

Hoge Raad over beoordeling arbeidsverhouding

Terug naar overzicht

Hoge Raad over beoordeling arbeidsverhouding

Beste relatie,

Hoge Raad geeft in ‘’Uber-arrest’’ nadere richting over de kwalificatie arbeidsverhouding als dienstbetrekking

In het zogenoemde Deliveroo arrest zijn door de Hoge Raad een aantal criteria gegeven die in de opvatting van de Hoge Raad van wezenlijk belang zijn bij het beoordelen of een arbeidsrelatie kwalificeert als dienstbetrekking of niet: 

  • De aard en duur van de werkzaamheden;
  • De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald;  
  • De inbedding van het werk en de werkende in de organisatie; 
  • Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren; 
  • De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;  
  • De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitbetaald;  
  • De hoogte van de beloning; 
  • De mate waarin de opdrachtnemer bij de opdracht commercieel risico loopt; en 
  • De mate waarin de opdrachtnemer zich in het economische verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

In deze uitspraak heeft de Hoge Raad niet aangegeven of er criteria zijn die zwaarder wegen dan andere criteria. Dat heeft met name vragen opgeleverd over de vraag hoe belangrijk ondernemerschap van de werkende is. 

In een recente zaak tussen de vakbond FNV en het ICT-platform Uber zijn daarom prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad om duidelijker te krijgen op welke manier het ondernemerschap moet worden gewogen bij de beoordeling van een arbeidsverhouding. Ook is gevraagd of het element dat een werkende ondernemer is, bekeken moet worden in enkel de arbeidsverhouding tussen de werkende en zijn opdrachtgever of dat ook meegewogen mag worden dat een werkende als ondernemer voor anderen werkzaamheden verricht.

Het antwoord van de Hoge Raad is duidelijk: er is geen rangorde in de verschillende criteria. Het zijn van ondernemer heeft daarmee dus een gelijk gewicht als de overige criteria. Ondernemerschap weegt mee, maar is op zich niet doorslaggevend. Daarbij moet in brede zin gekeken wordt naar het zijn van ondernemer, dit is niet beperkt tot de te beoordelen arbeidsverhouding. Dit heeft als gevolg dat het inderdaad ook kan voorkomen dat de arbeidsverhouding van werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten voor één opdrachtgever anders gekwalificeerd worden, als de ene werkende ondernemer is en de andere niet. 

De uitspraak geeft hiermee een nader richting aan de manier waarop de in het Deliveroo genoemde criteria toegepast worden. Hierbij worden de feiten en omstandigheden van de arbeidsverhouding in onderlinge samenhang bekeken, waarbij alle elementen even zwaar wegen. Praktisch heeft dit tot gevolg dat beide arresten richting geven maar het kwalificeren van een arbeidsverhouding als dienstbetrekking zich niet laat samenvatten als de uitkomst van een simpele rekenkundige som. 

Mogelijke impact voor de loonheffingen?
Hoewel beide uitspraken niet gedaan zijn in een fiscaal geschil, hebben zij zeker impact op de beoordeling van een arbeidsverhouding voor de loonheffingen. Voor de loonheffingen wordt immers verwezen naar hetzelfde begrip dienstbetrekking als in deze uitspraken. Tegen die achtergrond lijkt het dan ook steeds belangrijker te worden om bij de duiding van een arbeidsverhouding voor de loonheffingen duidelijk vast te leggen dat getoetst is aan deze criteria en waarom tot een bepaalde uitkomst gekomen is. Hiermee zijn bij een eventueel (toekomstig) verschil van inzicht over deze uitkomst de argumenten om de Belastingdienst te overtuigen in ieder geval duidelijk vastgelegd en eenvoudig te reproduceren.

Heeft u vragen informatie over de arbeidsverhouding als dienstbetrekking? Neem dan contact met ons op via het nummer 070-4162999 en wij helpen u graag verder.

Met vriendelijke groet,

Nuijten Accountants B.V.

 

 

 

Bron: Redactie EY fiscaal nieuws ‘Hoge Raad over beoordeling arbeidsverhouding’ 27 februari 2025